Natuurlijke watercyclus

Al miljarden jaren circuleert hetzelfde water, in een gesloten kring, tussen lucht en aarde.

De reis van het water verloopt in verschillende fasen.

 

1. Verdamping

Door de warmte van de zon verandert het water van de oceanen, meren, rivieren in een lichte damp die opstijgt.

Evapotranspiratie: het water dat door de planten wordt geabsorbeerd, wordt gedeeltelijk ‘getranspireerd’ en in de atmosfeer uitgestoten.

 

2. Condensatie

Daarboven is de lucht steeds kouder. De waterdamp koelt af en condenseert in druppeltjes die naar andere druppeltjes toe gaan om een wolk te vormen. Die wolken vervoeren het water rond de planeet.

 

3. Neerslag

Al die druppeltjes die samensmelten, worden zwaarder en vallen weer neer op aarde in de vorm van regen, hagel of sneeuw.

 

4. Afvloeiing of infiltratie

Op aarde volgt het water verschillende routes.

Een groot deel valt in de oceanen.

Een deel dringt door in de grond en voedt de planten.

Een deel dringt langzaam door in de grond en vormt grondwaterlagen die bronnen doen ontstaan en daarna rivieren voeden.

Als de grond ondoorlatend of drassig is, vloeit het water af en komt het terecht in rivieren, meren of stromen, waarna het naar de zee terugkeert …

En dan begint de cyclus opnieuw.