Brussel, 19e eeuw. De stad is in volle ontwikkeling. Het Zennewater, dat duizend jaar eerder de eerste bewoners naar deze moerassige vallei lokte, is niet langer geschikt voor consumptie.
In aanwezigheid van koning Leopold I wordt in 1855 een eerste drinkwateraanvoersysteem die naam waardig in gebruik genomen. Het systeem brengt het water uit de bronnen van de Hain (Braine-l’Alleud) tot in het centrum van Brussel. In de volgende jaren wordt in de stad een distributienet aangelegd. In die tijd beschikt de Waterdienst van de Stad Brussel over een voorraad die groot genoeg is om in te gaan op het verzoek van de aangrenzende gemeenten om ook daar drinkwater te leveren.
Met de bevolking groeit ook de behoefte aan water en omdat de randgemeenten een tekort vrezen, zetten ze hun schouders onder een stoutmoedig plan: zorgen voor een autonome structuur die kan voorzien in voldoende water.
Ontstaan van VIVAQUA
Op 12 december 1891 richten ze samen de Compagnie intercommunale des Eaux de l’agglomération bruxelloise (CIE) op. In 1909 verandert de intercommunale haar naam in CIBE – BIWM en in 2006 in VIVAQUA. Haar doelstelling ‘de Brusselse agglomeratie rijkelijk voorzien van goedkoop leidingwater met voldoende druk voor de hulpdiensten die bij brand moeten uitrukken’.
Eerste verwezenlijkingen
De eerste winningen worden geïdentificeerd en een distributienet wordt in gebruik genomen. De voorsteden van Brussel krijgen in de eerste plaats water uit de bronnen van de Bocq (streek van Namen). Weldra wordt een ander omvangrijk project aangepakt: het water van de Hoyoux (Modave) afleiden en voldoen aan de steeds groter wordende vraag naar water.
Vereniging
Begin jaren twintig worden al de Brusselse gemeenten-klanten van de BIWM toegelaten als vennoot, naast de stichtende gemeenten. Eind 1932 sluit de Stad Brussel zich aan bij de gemeenten-vennoten van de BIWM.
Intercommunalisering
Eind jaren tachtig schikt VIVAQUA zich naar de institutionele wijzigingen van België. Op het vlak van de distributie verbreken de gemeenten de contractuele banden die hen binden aan VIVAQUA om toe te treden tot gewestelijke distributie-intercommunales, terwijl VIVAQUA verantwoordelijk blijft voor de exploitatie van de netten.
In 1988 wordt in Vlaams-Brabant een eerste intercommunale boven de doopvont gehouden: de Intercommunale voor Waterbedeling in Vlaams-Brabant (IWVB). In 1989 richten de negentien gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest de Brusselse Intercommunale voor Waterdistributie (nu Hydrobru) op en in 1993 ontstaat de Intercommunale des Eaux du Centre du Brabant Wallon (IECBW).
Officiële erkenning
VIVAQUA is de eerste openbare dienst in België die inzet op integrale kwaliteitszorg. In 1995 ontvangt het zijn eerste certificatie, die vervolgens op basis van een externe audit om de drie jaar werd verlengd. Het is een bewijs dat de organisatie en de werking van VIVAQUA conform de vereisten van ISO-norm 9001 zijn.
Diversificatie
Begin 2000 voert VIVAQUA een beleid om zijn activiteiten in de drie gewesten van het land uit te bouwen en te diversifiëren. Voortaan is VIVAQUA actief in de volledige watercyclus: de productie en de distributie van drinkwater, maar ook de sanering en de zuivering van afvalwater.
Krachtens de Brusselse ordonnantie van 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid is VIVAQUA belast met het operationeel geïntegreerd beheer van de infrastructuren voor de waterdistributie en de opvang op gemeentelijk vlak van stadsafvalwater. De ordonnantie wijst VIVAQUA ook aan als operator voor de productie, het transport, de opslag en de behandeling van drinkwater bestemd voor menselijke consumptie.
